Inleefreis Senegal

10/05/2008
Met twaalf enthousiastelingen vertrokken we op Paaszondag voor een inleefreis naar Senegal…..dachten we. Door een defect aan ons vliegtuig werden we genoodzaakt te overnachten in Zaventem in het 5-sterren- Sheratonhotel. We sliepen er elk in een kamer die normaal €359 per persoon kost! Het contrast met het vervolg van onze reis zou niet groter geweest kunnen zijn. Onze landing in Dakar was hectisch: files aan de douane, douanehokjes zonder ambtenaar in, overal toeterende taxi’s, paardenkoetsen, overvolle kleurrijke bussen waar mensen inzitten en uithangen, rondhangende kinderen die bedelen in opdracht van de Marabou, verkopers op elke straathoek, zanderige pleinen vol voetballende jongens, statige dames die fier rechtop floreren, maar vooral ………………….massa’s afval! Afval op straat, op de stranden, in de bermen, …..overal! Dit blijkt een nationaal probleem te zijn, dat overal in Senegal opduikt. Maar het cliché dat we hier in België kennen over de Afrikanen die zich voor niets of niemand druk maken klopt volledig; wel integendeel het blijkt zelfs nog groter te zijn dan we dachten. Vanaf de tweede dag vergaderden we dagelijks met de plaatselijke leiders van de drie dorpen waarmee we een vriendschapsband willen opzetten: Pout, Keur Moussa en Diender. Uitwisselen van ideeën, luisteren naar de knelpunten die voor hen prioritair zijn, elkaars vertrouwen wederzijds trachten te winnen. Elke middag (zo rond 15u!) werd er een maaltijd bereid door de vrouwen van het dorp waar we op bezoek waren. Allemaal rond één pot samen op de grond….eten met de rechterhand. In het begin was me dat wel even prutsen (er belandde soms mèèr rijst in mijn décolleté dan in mijn mond!) Daarna was er altijd massa’s tijd voor ‘thee and discussion’. We bezochten er elke dag een aantal projecten die reeds vroeger waren opgestart of die nu dringend aandacht zouden moeten krijgen: - plantages van bonen en tomaten waar uitsluitend jonge vrouwen en kinderen aan het werk waren - een waterput - uitgedroogde meren die 5 jaar geleden nog vol water stonden - een aangelegd irrigatiesysteem door de dorpsbewoners gerealiseerd - een plaatselijk bedrijfje waar fruit werd gedroogd en geëxporteerd - schooltjes met overbevolkte klassen maar zonder schoolmateriaal - gezondheidsposten - een ziekenhuis waar pasgeboren baby’tjes weinig of geen levenskansen hadden maar waar er tegelijkertijd 20 spiksplinternieuwe couveuses opgestapeld stonden in een berghok die ze niet konden gebruiken omdat het elektriciteitsnet niet zwaar genoeg was - een opgestart project met hersenverlamde kinderen - en nog zoveel meer……..! Schrijnende toestanden! Maar vooral kwam ieder van ons onder de indruk van de Senegalese gastvrijheid èn van de armoede! Iedereen logeerde apart in een gezin in één van de drie dorpen. Ik logeerde in Diender bij de sterkste vrouw van het dorp: Mam Koumba! Zij was de enige kostwinner voor haar 18-leden-tellende-gezin! De kinderen en kleinkinderen sliepen op de grond in twee hutten op het erf. De schapen, geiten en het paard waren hun enige rijkdom. Elektriciteit was aanwezig in haar huis sedert twee jaar; ze had nog geen water en geen toilet! Om naar het toilet te gaan, moest ik stappen van het gemeentehuis van Zomergem tot aan de Miki (aangenaam is anders, ’s nachts in het pikkepikkedonker of als je diarree hebt!) Ik kreeg de kamer van Mam Koumba zelf; zij sliep die dagen in de kamer van haar man. In mijn kamer stond ook de TV. Alle gezinsleden kwamen er ’s avonds samen kijken naar TV: op de grond, op bed, op elkaar geplakt… Van het moment dat de lichten uit werden gedaan om te slapen, kwamen de muizen en de ratten tevoorschijn om alle restjes op te eten. Daar heb ik pas mijn grenzen leren verleggen! Mam Koumba verzekerde mij de volgende ochtend dat ze niet op het bed kropen en ik legde mezelf op om door het geknaag van die dieren te slapen. En dat lukte wonderwel goed. Kwestie van overleven,zeker? Gans de familie zorgde goed voor mij: de lekkerste brokjes vis en groenten werden aan mijn kant van de gemeenschappelijke eetkom geworpen, ‘s morgens warmden ze zelfs water op om mij te ‘douchen’ (douchen is een groot woord om met een kommetje water te gieten over je hoofd), ik mocht mee naar de markt om inkopen te doen….maar ik moest die groentenschalen dan ook dragen op mijn hoofd. De kinderen gingen in het dorp zelf naar school……als Mam Koumba geld genoeg had! Het kost ongeveer 1300CFK (€2) per maand om een kind naar school te laten gaan. Als ze het niet kon betalen, gingen de kinderen werken op de plantage van de burgemeester of de Marabou om zo geld binnen te brengen…..om daarna weer naar school te kunnen gaan. Armoede! Wat had ik me dat verkeerd voorgesteld. Ik zag er inderdaad geen vliegjes op de ogen van de kinderen, geen dikke kinderbuikjes, iedereen had er wel èèn of ander dak boven het hoofd, iedereen had elke dag eten dat op hun veld werd geoogst, de kindjes hadden kleren aan. Maar toch hebben ze NIETS. Ze hebben niets mèèr: zoek er geen spiegel, geen stuk zeep, geen boekje of stylo, geen twee dezelfde kopjes…. Mensen overleven in Senegal! Wij willen, nu we terug zijn, effectief werk maken van een ‘gemeenteband’ met hen! Eind deze maand doen ze vanuit de 3 Senegalese dorpen een voorstel tot samenwerking. De moderne vorm van ontwikkelingssamenwerking heeft immers niets meer van doen met ’Wij zullen jullie eens uitleggen hoe jullie dat daar moeten oplossen’ Het zijn de Senegalezen zelf die hun knelpunten moeten kenbaar maken en hun plannen moeten waarmaken ….met steun en know-how van ons. Daar kiemt inderdaad wel daadkracht in gewone mensen! Wij moeten dit zeker proberen te stimuleren! Ongelooflijke toestanden hebben we er meegemaakt en hartverwarmende situaties. Dit avontuur vergeet ik nooit meer. Dit draag ik mijn verder leven met me mee. Iedereen zou deze ervaring eens moeten kunnen en durven meemaken.